Renteswap

Een standaard renteswap werkt als volgt. Stel een onderneming wil de komende jaren gaan investeren en heeft hiervoor een financiering nodig. De voorkeur gaat uit naar een langlopende lening tegen een lage vaste rente. Deze is in de huidige markt echter niet altijd eenvoudig te verkrijgen. Daarom kan noodgedwongen gekozen worden om kortlopend (3 à 5 jaar) te lenen tegen een variabele rente. Het probleem met deze variabele rente is dat het risico gelopen wordt dat  deze rente gaat stijgen. Dit kan de nodige impact hebben op de exploitatiekosten van een onderneming. Om dit risico af te dekken en de zekerheid van een vaste rente te creëren is het mogelijk om een renteswap te sluiten.

Met een standaard renteswap wordt het risico van een stijging van de kortlopende variabele rente geruild met een andere partij tegen betaling van een vaste rente. Uiteraard is ook het omgekeerde mogelijk, namelijk dat een vaste rente geruild wordt tegen een variabele rente. Vaak zit in een dergelijke constructie een bank daar tussen. Er wordt dan een overeenkomst met de bank gesloten waarbij gedurende een bepaalde periode de betaling van de variabele rente geruild wordt tegen betaling van een vaste rente. Netto wordt dan aan de bank de vaste rente betaald plus een opslag en wordt een variabele rente terugontvangen van de bank.

Deze constructie kan als volgt worden weergegeven:

Als de variabele rente stijgt, dan is dit een mooie constructie aangezien op grond van de renteswap een hogere variabele rente van de bank ontvangen wordt, dan de vaste rente die aan de bank betaald moet worden. Het wordt echter vervelend als de variabele rente die van de bank ontvangen wordt, daalt. In dat geval moet de hoge vaste rente op grond van de swap betaald worden, terwijl daar een lage variabele rente voor terug ontvangen wordt.

Daarnaast speelt nog het volgende risico. Bij het aangaan van de renteswap worden er afspraken gemaakt tussen de onderneming en de bank over het hoogst toegestane verschil tussen de variabele en de vaste rente. Er wordt een drempel, oftewel een zogenaamde ‘threshold’ afgesproken, die niet overschreden mag worden. Indien de threshold toch overschreden wordt, dan moet de onderneming liquide middelen bijstorten als zekerheid om aan de betalingsverplichtingen van de swap te kunnen blijven voldoen of andere zekerheden stellen jegens de bank om de ontstane positie af te dekken. Dit heet een zogenaamde ‘margin call’. De bijstorting van de liquide middelen vindt plaats op een aparte rekening. Op het moment dat het verschil tussen de variabele rente en de vaste rente weer kleiner wordt dan de afgesproken threshold, dan worden de liquiditeiten teruggestort.

Banken hebben op grond van hun rol in het maatschappelijk verkeer zorgverplichtingen jegens hun klanten. Zij dienen de belangen van die klanten te allen tijde in acht te nemen. De zorgplicht die van toepassing is, varieert van geval tot geval. Of zoals de Hoge Raad het formuleert: deze hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet onder andere gedacht worden aan de complexiteit van het product waar het om gaat, aan de beleggingservaring van de klant en de financiële positie van die klant. Banken handelen in strijd met de zorgplicht, als zij producten verkopen aan klanten die gezien de achtergronden en doelstellingen niet geschikt zijn voor die klanten.