Overbruggingskrediet

Een overbruggingskrediet wordt afgesloten om een particulier of bedrijf de gelegenheid te geven om een vastgelegde periode van tijd door te komen. Meest bekend is het overbruggingskrediet bij vastgoedtransacties wanneer de overwaarde van het pand dat wordt verkocht, wordt gebruikt voor de aankoop van nieuw vastgoed. Als de aankooptransactie van het ene object plaats vindt voor de verkoop van een ander object is gerealiseerd, kan een overbruggingskrediet worden afgesloten ter grootte van de overwaarde voor de tussenliggende termijn, meestal tussen de 6 maanden en 2 jaar.

De rente op een overbruggingskrediet is meestal variabel en is doorgaans hoger dan de rente op een reguliere hypothecaire financiering. Overbruggingskrediet hoeft in beginsel niet tussentijds afgelost te worden. Vaak wordt vooraf een bepaalde looptijd overeengekomen. Mocht op dat moment het onderpand nog niet verkocht zijn en er wel zicht bestaan op een spoedige verkoop, dan onder voorwaarden een verlenging afgesproken worden.

Welke vormen van overbruggingskrediet zijn er?

Naast de reeds genoemde vorm bij vastgoedtransacties, wordt een overbruggingskrediet bij bedrijven soms ook gebruikt om een bedrijf de mogelijkheid te geven een strategische omkeer te maken en betalingsproblemen op korte termijn te voorkomen. Een goed onderbouwd plan, liefst met zekerheden of garanties is van groot belang.

Een speciale variant daarnaast is het zogenaamde boedelkrediet. Dit komt voor bij surseance van betaling of faillissement. Om bij de uitoefening van zijn taak een optimaal resultaat te bereiken, wenst een curator soms de activiteiten van een onderneming tijdelijk voort te zetten. Daarbij hoort dan vaak ook de mogelijkheid van het doen van betalingen. Om te komen tot een gefaseerde liquidatie en/of een verkoop van goederen going concern is het vaak onvermijdelijk dat de curator bestaande overeenkomsten voorzet en ook nieuwe overeenkomsten afsluit waarvoor de boedel aansprakelijk is. Ook in dat kader kan er tijdelijk behoefte zijn aan (additionele) financiële middelen. Nu het faillissement zich altijd kenmerkt door het gebrek aan liquiditeit, zal de curator voor het verkrijgen van die middelen veelal aangewezen zijn op een bank. Indien daartoe een kredietovereenkomst namens de boedel door de curator wordt afgesloten, wordt dat ook wel een boedelkrediet genoemd.

Welke aanbieders van overbruggingskrediet zijn er?

De meeste grootbanken bieden deze kredietvorm aan. Bij het aangaan van een overbruggingskrediet is de keuze voor de meest geschikte geldverstrekker echter vaak beperkt, want je bent vaak verplicht om het overbruggingskrediet aan te gaan bij de bank of kredietverstrekker waar ook de financiering op het oude bedrijfspand of woning al loopt. Naast banken worden overbruggingskredieten ook verstrekt door gemeenten en provincies.

Welke voor- en nadelen zijn er in algemene zin te benoemen?

Het overbruggingskrediet is vaak een erg praktische financieringsvorm bij een verhuizing of bedrijfsverplaatsing. Het aangaan van een tweede hypotheek kan dan wellicht achterwege blijven. Het is vaak ook een flexibele financieringsvorm, omdat er alleen rente wordt betaald op het daadwerkelijk opgenomen geldbedrag. Voor wie (tijdelijk) dubbele woon- of huisvestingslasten heeft, is het overbruggingskrediet een geschikte manier om over meer financiële ademruimte te kunnen beschikken.

Een nadeel is vaak dat de rente van een overbruggingskrediet hoger ligt dan die van een reguliere hypotheek. Daarnaast is de looptijd van de overbruggingskredieten kort, waardoor dit voor een zware financiële last kan zorgen.