Beoordeling door financier

Financiers kijken allemaal op een eigen wijze naar een financieringsaanvraag. Er zijn interne eisen waar een financieringsaanvraag aan moet voldoen. Daarnaast wordt er een inschatting gemaakt van de kwaliteiten van de ondernemer(s). De mate waarin deze inschatting wordt meegewogen hangt af van het type financier. Zo kunnen Krediet Unies bijvoorbeeld makkelijker afwijken wanneer de leden het wel met elkaar eens zijn over een mogelijke verstrekking.

 

Er spelen ook factoren mee die met een goed plan en goede presentatie zijn te ondervangen en dat is de inschatting van de financier in welke mate uw bedrijf binnen de huidige portfolio past. Er zijn investeerders die graag hetzelfde type bedrijf zoeken en er zijn financiers die spreiding willen van het type bedrijven in hun portfolio om marktafhankelijkheid te voorkomen.
Bij de beoordeling van een financieringsaanvraag kijkt een financier naar een aantal aspecten. Het is per ondernemer en onderneming verschillend welke aspecten het zwaarst wegen, maar over het algemeen komen de volgende onderdelen bij de beoordeling aan bod:

(1)  De Ondernemer / De Onderneming
Wie is/zijn de ondernemer(s). Wat is het track-record? Hoeveel ondernemerservaring is er? Hoe is de (juridische) structuur? Wie is de debiteur en wie is eventueel de mede-debiteur?

(2)  De Rentabiliteit
De rentabiliteit is in bancaire zin de belangrijkste factor in het beoordelen van een financieringsverzoek. Immers de belangrijkste zorg van de bank bij het verstrekken van een financiering is: kan de debiteur aan zijn rente en aflossingsverplichtingen voldoen? Aanvragen worden primair beoordeeld op basis van de historische rentabiliteit. Daarnaast wordt er natuurlijk ook gekeken naar de toekomstige rentabiliteit. De risicoratio van de bank wordt echter gebaseerd op basis van de historische rentabiliteit en deze zal ook in het tarief dat de bank hanteert doorwerken. De toekomstige rentabiliteit is wel belangrijk voor de afweging van de bank om wel of niet tot financiering over te gaan. Naast het berekenen van de toekomstige rentabiliteit zal er ook een onderbouwing gegeven moeten worden van deze rentabiliteit. De bank beoordeelt de onderbouwing op zowel harde factoren als zachte factoren.

(3)  De Solvabiliteit
Met de solvabiliteit wordt bedoeld de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen van de onderneming. De solvabiliteit geeft het buffervermogen weer, oftewel de mogelijkheid om eventuele tegenvallers in de exploitatie zelf op te kunnen vangen. Sommige financiers corrigeren echter altijd de solvabiliteit en noemen dat dan (bancair) aansprakelijk vermogen. Er kunnen diverse correcties worden toegepast, zoals bijvoorbeeld de immateriële vaste activa, die vaak op nihil worden gewaardeerd, de aanwezige stille reserves (zowel positief als negatief) in onroerende zaken, bedrijfsuitrusting en voorraden, maar ook de rekening courant vordering op de directeur-/grootaandeelhouder of op andere gelieerde maatschappijen, die vaak worden afgewaardeerd.

(4)  De Zekerheid
Welke activa (= het geheel aan bezittingen in een onderneming) zijn in het bedrijf aanwezig en kunnen deze dienen als onderpand bij een financieringsovereenkomst? Grofweg kunnen er twee soorten zekerheden onderscheiden worden, te weten primaire en secundaire zekerheden.
Primaire zekerheden zijn registergoederen waarop een hypotheek te vestigen is. We hebben het dan dus over onroerend goed en schepen met een registratie. In de zekerheidsberekening gaat de bank altijd uit van een executiewaarde. De gedachte hierachter is dat als een bank zijn zekerheden moet aanspreken er altijd sprake is van discontinuïteit. Naast de executiewaarde bepaalt een bank nog de dekkingswaarde op het onroerende goed. De dekkingswaarden verschillen per bank. Vaak is dit een percentage van de executiewaarde. Het te hanteren percentage is daarbij afhankelijk van het soort object (bijvoorbeeld bedrijfspand of woonhuis).
Secundaire zekerheden zijn alle overige materiële vaste activa waarop een pandrecht gevestigd kan worden. Secundaire zekerheden zijn zwakkere zekerheden dan primaire zekerheden. Immers een hypotheek is ingeschreven bij het kadaster en is een hard recht. In geval van faillissement blijft het recht in takt, het registergoed kan niet vervreemd worden buiten medeweten van de hypotheekhouder en andere crediteuren kunnen geen voorrang krijgen op het gevestigde zekerheidsrecht.
Secundaire zekerheden worden vastgelegd middels een onderhandse akte. Omdat het om roerende zaken gaat is het mogelijk om het onderliggende actief te vervreemden. Als een ondernemer zijn verpande voorraad besluit te vervreemden en de opbrengst hiervan wil wegsluizen dan handelt deze in strijd met de wet maar per saldo is het geld wel weg. Voorbeelden van secundaire zekerheden zijn verpanding van machines en inventaris, vervoermiddelen, voorraden, debiteuren en spaargelden. Ook hier verschilt de dekkingswaarde per bank.
Naast de reeds genoemde primaire en secundaire zekerheden stelt de bank vaak aanvullende voorwaarden. Deze voorwaarden maken de positie van de bank vaak wel iets gunstiger maar hebben geen dekkingswaarde. Denk hierbij aan een positief negatief hypotheekverklaring, verpanding overlijdensrisicoverzekering, non dividend verklaring, achtergestelde lening, niet gesecureerde borgstelling etc. etc.
De bank maakt een optelling van alle zekerheidswaarden en berekent hiermee de totale dekking. Daarnaast worden alle bancaire verstrekkingen opgeteld (leningen, krediet en bankgaranties) dit noemt met het totale obligo. Het verschil tussen de dekkingswaarde en het obligo is het dekkingsresultaat. Is het dekkingsresultaat negatief dan spreekt men van een blanco, is het positief dan spreekt men van een surplus.
Voor meer informatie over zekerheden, klik hier.