Brengt de zaak verder

Financieringsaanvraag

In dit gedeelte gaan we in op de inhoud van een financieringsaanvraag, de wijze waarop een financier hiernaar kijkt en belangrijke zaken als zekerheden en aansprakelijkheden. Als laatste gaan we in op wat u het beste kunt doen wanneer u bij de afdeling bijzonder of intensief beheer terecht komt.

Wilt u meer weten over een van de onderstaande onderwerpen, klik dan op het plaatje van het betreffende onderwerp.

Aansprakelijkheden

Met aansprakelijkheid wordt bedoeld dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon gehouden is aan een verbintenis te voldoen. Als iemand aansprakelijk is, moet hij verhaal op zijn vermogen ter voldoening van een of meerdere verbintenissen accepteren, ook wanneer hij de verbintenis niet tot stand heeft gebracht.

In dit kader zijn twee verschillende vormen relevant, te weten het hoofdelijke medeschuldenaarschap en de borgstelling.

Meer lezen

Hoofdelijk medeschuldenaarschap
Bij hoofdelijke aansprakelijkheid is er geen sprake van zekerheidstelling maar van een medeschuldenaar die naast de andere schuldena(a)r(en) staat. Hoofdelijke aansprakelijkheid betekent dat wanneer meerdere personen gezamenlijk een schuld aangaan, de schuldeiser het volledige bedrag bij elk van hen kan opeisen. De schuldeiser heeft tegenover ieder van hen recht op nakoming van het geheel. De schuldenaren zijn intern draagplichtig wat inhoudt dat degene die meer betaalt dan zijn deel, de rest bij de andere schuldena(a)r(en) kan opeisen. Dit wordt regresrecht genoemd.
Het regresrecht is het recht om terug te vorderen wat u betaald hebt voor een ander die aansprakelijk is. Ook bij hoofdelijke aansprakelijkheid. Stel dus dat u hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor het niet betalen van schulden door een mede ondertekenaar van schuld of lening, dan krijgt u met het voldoen van de schulden ook het recht om deze schuld op de medeschuldenaar te verhalen.
Indien je niet langer hoofdelijke aansprakelijk wenst te zijn voor andermans financiering, moet de financier schriftelijk verzocht worden om u te ontslaan van de hoofdelijke aansprakelijkheid. Een goed voorbeeld is een echtscheiding of de situatie waarbij u uit een vennootschap stapt, waarin u samen met uw voormalige compagnons een gezamenlijke lening bent aangegaan. Laat u nooit door de mondelinge afspraak dat de ex partner of ex compagnons wel de schulden zullen voldoen. Wanneer zij zich niet aan hun woord houden of kunnen houden, terwijl u hoofdelijk aansprakelijk bent, zal de financier alsnog bij u aankloppen.

Borgstelling
Borg staan voor een financiering wil zeggen dat je je verplicht de betreffende lening af te lossen wanneer de oorspronkelijke schuldenaar (dus degene voor wie je borg staat) dit zelf niet meer kan. Sta je dus borg voor een lening van een derde en betaalt diegene de maandelijkse aflossing en/of rente niet meer? Dan kan de financier de schuld op de borg verhalen.
Een borgstelling moet altijd contractueel worden vastgelegd in een zogenoemde akte van borgtocht. Hierin staat precies vermeld voor welk bedrag je borg staat en hoe lang je borg staat en voor wie je borg staat. Niet iedereen kan overigens borg staan voor een derde. De kredietverstrekker moet wel akkoord gaan met de borgstelling en zal altijd een check uitvoeren op de kredietwaardigheid van de borg.
Behalve dat je hoofdelijk aansprakelijk wordt voor de lening waarvoor je borg staat, kan een borgstelling meer financiële gevolgen hebben. Borg staan kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat je minder gemakkelijk zelf nog een lening kan afsluiten of een minder hoog bedrag zelf kunt lenen. Bij sommige financiers mag je alleen borg staan als je ook zelf een onderpand verleent. Dit kan bijvoorbeeld door het storten van een bepaald bedrag op een geblokkeerde bankrekening. Dit bedrag krijg je terug zodra de borgtochtovereenkomst afloopt. Andere vormen van onderpand zijn het vestigen van een pandrecht of een hypotheekrecht.
Een borgstelling kan worden afgegeven door een natuurlijk persoon of door een rechtspersoon. Bij een borgstelling afgegeven door natuurlijke personen is het onderscheid tussen zakelijke en particuliere borgstellingen van belang.
Van een zakelijke borg wordt gesproken indien de borgstelling wordt afgegeven door bijvoorbeeld de directeur van een vennootschap die tevens de meerderheid van het aandelenkapitaal in de vennootschap heeft. Indien nu diezelfde directeur geen aandeelhouder is of slechts voor een klein deel, dan is sprake van een particuliere borg en gelden enkele bijzondere regels. Zo dient in ieder geval een maximumbedrag te zijn opgenomen in de overeenkomst van borgtocht waarvoor de borg zich aansprakelijk stelt.
Wil je niet langer borg staan? Dan is het mogelijk de borgtocht overeenkomst op te zeggen. Veel financiers hanteren wel een opzegtermijn van een aantal maanden. Dit doen ze om te voorkomen dat wanneer degene voor wie je borg staat in de financiële problemen dreigt te komen, jij ineens je borgstelling intrekt. Een zakelijke borg is minder makkelijk opzegbaar.
Wanneer precies opgezegd kan worden, is afhankelijk van de partijen en de onderlinge afspraken.

Beoordeling door financier

Financiers kijken allemaal op een eigen wijze naar een financieringsaanvraag. Er zijn interne eisen waar een financieringsaanvraag aan moet voldoen. Daarnaast wordt er een inschatting gemaakt van de kwaliteiten van de ondernemer(s). De mate waarin deze inschatting wordt meegewogen hangt af van het type financier. Zo kunnen Krediet Unies bijvoorbeeld makkelijker afwijken wanneer de leden het wel met elkaar eens zijn over een mogelijke verstrekking.

Meer lezen

Er spelen ook factoren mee die met een goed plan en goede presentatie zijn te ondervangen en dat is de inschatting van de financier in welke mate uw bedrijf binnen de huidige portfolio past. Er zijn investeerders die graag hetzelfde type bedrijf zoeken en er zijn financiers die spreiding willen van het type bedrijven in hun portfolio om marktafhankelijkheid te voorkomen.
Bij de beoordeling van een financieringsaanvraag kijkt een financier naar een aantal aspecten. Het is per ondernemer en onderneming verschillend welke aspecten het zwaarst wegen, maar over het algemeen komen de volgende onderdelen bij de beoordeling aan bod:

(1) De Ondernemer / De Onderneming
Wie is/zijn de ondernemer(s). Wat is het track-record? Hoeveel ondernemerservaring is er? Hoe is de (juridische) structuur? Wie is de debiteur en wie is eventueel de mede-debiteur?

(2) De Rentabiliteit
De rentabiliteit is in bancaire zin de belangrijkste factor in het beoordelen van een financieringsverzoek. Immers de belangrijkste zorg van de bank bij het verstrekken van een financiering is: kan de debiteur aan zijn rente en aflossingsverplichtingen voldoen? Aanvragen worden primair beoordeeld op basis van de historische rentabiliteit. Daarnaast wordt er natuurlijk ook gekeken naar de toekomstige rentabiliteit. De risicoratio van de bank wordt echter gebaseerd op basis van de historische rentabiliteit en deze zal ook in het tarief dat de bank hanteert doorwerken. De toekomstige rentabiliteit is wel belangrijk voor de afweging van de bank om wel of niet tot financiering over te gaan. Naast het berekenen van de toekomstige rentabiliteit zal er ook een onderbouwing gegeven moeten worden van deze rentabiliteit. De bank beoordeelt de onderbouwing op zowel harde factoren als zachte factoren.

(3) De Solvabiliteit
Met de solvabiliteit wordt bedoeld de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen van de onderneming. De solvabiliteit geeft het buffervermogen weer, oftewel de mogelijkheid om eventuele tegenvallers in de exploitatie zelf op te kunnen vangen. Sommige financiers corrigeren echter altijd de solvabiliteit en noemen dat dan (bancair) aansprakelijk vermogen. Er kunnen diverse correcties worden toegepast, zoals bijvoorbeeld de immateriële vaste activa, die vaak op nihil worden gewaardeerd, de aanwezige stille reserves (zowel positief als negatief) in onroerende zaken, bedrijfsuitrusting en voorraden, maar ook de rekening courant vordering op de directeur-/grootaandeelhouder of op andere gelieerde maatschappijen, die vaak worden afgewaardeerd.

(4) De Zekerheid
Welke activa (= het geheel aan bezittingen in een onderneming) zijn in het bedrijf aanwezig en kunnen deze dienen als onderpand bij een financieringsovereenkomst? Grofweg kunnen er twee soorten zekerheden onderscheiden worden, te weten primaire en secundaire zekerheden.
Primaire zekerheden zijn registergoederen waarop een hypotheek te vestigen is. We hebben het dan dus over onroerend goed en schepen met een registratie. In de zekerheidsberekening gaat de bank altijd uit van een executiewaarde. De gedachte hierachter is dat als een bank zijn zekerheden moet aanspreken er altijd sprake is van discontinuïteit. Naast de executiewaarde bepaalt een bank nog de dekkingswaarde op het onroerende goed. De dekkingswaarden verschillen per bank. Vaak is dit een percentage van de executiewaarde. Het te hanteren percentage is daarbij afhankelijk van het soort object (bijvoorbeeld bedrijfspand of woonhuis).
Secundaire zekerheden zijn alle overige materiële vaste activa waarop een pandrecht gevestigd kan worden. Secundaire zekerheden zijn zwakkere zekerheden dan primaire zekerheden. Immers een hypotheek is ingeschreven bij het kadaster en is een hard recht. In geval van faillissement blijft het recht in takt, het registergoed kan niet vervreemd worden buiten medeweten van de hypotheekhouder en andere crediteuren kunnen geen voorrang krijgen op het gevestigde zekerheidsrecht.
Secundaire zekerheden worden vastgelegd middels een onderhandse akte. Omdat het om roerende zaken gaat is het mogelijk om het onderliggende actief te vervreemden. Als een ondernemer zijn verpande voorraad besluit te vervreemden en de opbrengst hiervan wil wegsluizen dan handelt deze in strijd met de wet maar per saldo is het geld wel weg. Voorbeelden van secundaire zekerheden zijn verpanding van machines en inventaris, vervoermiddelen, voorraden, debiteuren en spaargelden. Ook hier verschilt de dekkingswaarde per bank.
Naast de reeds genoemde primaire en secundaire zekerheden stelt de bank vaak aanvullende voorwaarden. Deze voorwaarden maken de positie van de bank vaak wel iets gunstiger maar hebben geen dekkingswaarde. Denk hierbij aan een positief negatief hypotheekverklaring, verpanding overlijdensrisicoverzekering, non dividend verklaring, achtergestelde lening, niet gesecureerde borgstelling etc. etc.
De bank maakt een optelling van alle zekerheidswaarden en berekent hiermee de totale dekking. Daarnaast worden alle bancaire verstrekkingen opgeteld (leningen, krediet en bankgaranties) dit noemt met het totale obligo. Het verschil tussen de dekkingswaarde en het obligo is het dekkingsresultaat. Is het dekkingsresultaat negatief dan spreekt men van een blanco, is het positief dan spreekt men van een surplus.
Voor meer informatie over zekerheden, klik hier.

Inhoud financieringsaanvraag

Op basis van een goed doordacht plan kan worden bepaald hoeveel externe financiering nodig is en of die financiering bij de bank geregeld kan worden en/of bij een alternatieve financier of een combinatie van beiden. Zowel de bank als andere financiers zullen een ondernemingsplan en een (meerjaren-)begroting eisen voordat ze tot financiering overgaan. Met een financieringsaanvraag laat u de financier vooraf zien wat u met het geleende geld gaat doen. Nu het steeds lastiger wordt om krediet te krijgen, is goed ondernemerschap belangrijk. Een ondernemer die kan aantonen dat hij met behulp van een financieringsaanvraag bewust sturing geeft aan zijn bedrijf, laat zien dat hij een goede ondernemer is waarin financiers vertrouwen kunnen hebben.
Meer lezen

 

Voor het opstellen van een financieringsaanvraag hanteren we een vaste structuur. Stap voor stap komen alle facetten aan bod die bij de beoordeling van de financieringsaanvraag een rol spelen.

Het doel is dat degene die de aanvraag in behandeling neemt een scherp beeld heeft van:

De ondernemer(s) zelf
Activiteiten, producten en diensten van de onderneming
De markt waarin de onderneming opereert
Ondernemingsstructuur (juridisch en fiscaal)
Investeringsplannen
Financieringsopzet
Financiële ratio’s
Financiële situatie (historie en prognose)

Voor zowel het schrijven van de financieringsaanvraag als de beoordeling door de financier zijn een aantal gegevens nodig, zoals:

Jaarrekeningen, waar mogelijk van de laatste drie jaar.
Investeringsbegroting, waar mogelijk onderbouwd met offertes, taxatie of waardering
Prognose van omzet en kosten voor aankomende jaren (minimaal 2-3 jaar vooruit)
Overzicht financiële verplichtingen (lening, lease, huur etc.)

Het verdient aanbeveling de financieringsaanvraag op te splitsen in een ondernemingsplan en in een financiële onderbouwing van dit plan, ook wel financieringsplan genoemd. Het is belangrijk dat de ondernemer zelf zijn ondernemingsplan uitwerkt en op papier zet. Een financier zal u namelijk altijd vragen om zelf het plan te ‘pitchen’: u dient uw idee overtuigend te presenteren en de financier inzicht te geven in dat uw idee inderdaad aan zal slaan en u dus de financiering weer kunt aflossen in de toekomst. De financiële onderbouwing en het financieringsplan kunnen vaak wel weer beter door een extern adviseur worden uitgewerkt. Deze weet vaak precies waar een financier op let en wat deze in de financiële paragraaf precies terug wil lezen.
Een ondernemingsplan is voor elk bedrijf anders, maar er zijn een aantal onderdelen die in elk ondernemersplan opgenomen moeten worden. In een ondernemingsplan legt u uit wat voor onderneming u wilt opzetten, wat uw producten en diensten zijn, hoe u deze producten/diensten gaat verkopen, wie u ziet als uw belangrijkste concurrenten, wat uw onderscheidend vermogen is, wat uw rechtsvorm is etc.
Een financieringsplan is eigenlijk een uitbreiding of financiële onderbouwing op uw ondernemingsplan. Hierin staat onder andere welke vormen van financieren u nodig hebt, hoe u die financieringen gaat inzetten en wat de prognoses en beramingen zijn van het inlossen van de verkregen financieringen. Dit is vaak ook het belangrijkste onderdeel waar financiers naar kijken en uw aanvraag op beoordelen.
Het opstellen van een ondernemingsplan en een financieringsplan is overigens niet alleen zinvol voor startende ondernemers. Ook als u gevestigd ondernemer bent, hebt u een onderbouwing nodig wat u precies met de verkregen financiering wilt gaan doen. Dit heet ook wel een groei- of investeringsplan. Ondernemers die bewust en actief met een plan en een begroting werken zijn vaak succesvoller, omdat ze gericht sturing kunnen geven aan hun bedrijf.

WAT TE DOEN BIJ INTENSIEF/BIJZONDER BEHEER?

Uw bank houdt u altijd goed in de gaten. Ze ontvangen periodiek uw cijfers en kijken daarnaast naar uw betalingsgedrag. Bij dat laatste wordt gelet op uw rekening courant saldo, storneren van betalingen in verband met onvoldoende incasso, overstanden en tijdigheid van betalen. Wanneer de bank zich zorgen maakt over u en twijfelt of u ook in de toekomst aan uw betalingsverplichtingen kunt blijven voldoen, hebben zij de mogelijkheid om hun afdeling bijzonder of intensief beheer in te schakelen. Het is dus niet zo dat u pas bij bijzonder of intensief beheer komt wanneer u de rente en aflossing aan de bank niet meer kunt betalen.

Het doel van bijzonder/intensief beheer is het verkrijgen van zekerheden over de kredietwaardigheid van uw bedrijf. De twijfel of u wel aan uw betalingsverplichting kunt voldoen, vergroot voor de bank het risico dat zij lopen op de afgegeven financiering. Ze gaan daarom kijken op welke wijze het uitstaande saldo zou kunnen worden geïncasseerd, welke aanvullende zekerheden u nog zou kunnen verstrekken en of de rente die u op dit moment betaalt in lijn is met het risicoprofiel van uw onderneming.

De insteek van de afdeling bijzonder/intensief beheer is tweeledig. Ze kunnen u helpen en begeleiden bij de veranderingen die nodig zijn om weer ‘financieel gezond’ te worden. Als de juiste stappen worden genomen en zij hebben vertrouwen in u als ondernemer en in uw onderneming zelf, dan hebben zij veel mogelijkheden, zoals herfinanciering, extra financiering, uitstel van aflossing, spreiding van aflossing, tijdelijke verhogingen van de rekening courant etc. Wanneer het vertrouwen ontbreekt of de situatie bij binnenkomst door de bank niet als haalbaar wordt ingeschat, dan is dit ook de afdeling die een faillissement kan voorbereiden en inzetten.
U zult er natuurlijk alles aan willen doen om een doemscenario als faillissement te voorkomen. We raden u daarom aan de gesprekken met de bank altijd open aan te gaan. De bank zal daarbij extra informatie bij u opvragen, zoals rapportages, begrotingen, cashflowplanningen en onderbouwingen van uw verwachtingen. Dit soort trajecten zijn zeker in het begin heel intensief. Uw bedrijf vraagt om extra aandacht en sturing en tegelijk moet u bezig zijn met getallen en deze goed onderbouwen. We raden u daarom aan om een partij in de arm te nemen die vaker met bijzonder beheer aan tafel zit, die begrijpt wat ze willen ontvangen en die snel uw bedrijf kan analyseren en doorgronden. Hierbij kunt u denken aan een afdeling corporate finance van uw accountantskantoor of zelfstandig gevestigde corporate finance adviseurs of financieringsexperts. Dit kost natuurlijk wel weer geld, maar zorgt er ook voor dat u veel sneller weer met uw eigen business bezig kunt zijn.

Uw bank heeft ook als mogelijkheid om van u te verlangen dat u een externe partij inhuurt om uw bedrijf door te lichten. Uiteraard op uw eigen kosten. Over het algemeen wordt door hen gekeken naar de strategie, de strategische mogelijkheden en de verdiencapaciteit van de onderneming gegeven de huidige strategische koers. Ook de mogelijkheden van kostenverlaging worden geanalyseerd. Uiteindelijk geven ze een beeld van de verdiencapaciteit van uw onderneming, de financieringsstructuur die daar het best bij past en wat de bank zou kunnen doen om de huidige financieringsstructuur aan te passen om dit te realiseren.

Uiteindelijk zult u met de afdeling bijzonder/intensief beheer afspraken moeten maken. Deze afspraken zullen periodiek worden gemonitord. Het duurt dan ook wel even voor u weer bij uw eigen accountmanager terug bent.

Als eerste raden wij u aan om proactief te zijn en de bank inzicht te verschaffen in uw cijfers, lopende en aankomende opdrachten. Ook als het traject loopt, is het verstandig om zelf open te blijven communiceren en tijdig te informeren. Ook als het tegen zit. Denkt u er hierbij om dat gemaakte afspraken schriftelijk worden vastgelegd of bevestig de gemaakte afspraken zelf nog eens schriftelijk. Als tweede raden wij u aan om altijd realistisch te blijven en daarbij enige voorzichtigheid te hanteren.

Meer lezen

Voor het opstellen van een financieringsaanvraag hanteren we een vaste structuur. Stap voor stap komen alle facetten aan bod die bij de beoordeling van de financieringsaanvraag een rol spelen.

Het doel is dat degene die de aanvraag in behandeling neemt een scherp beeld heeft van:

De ondernemer(s) zelf
Activiteiten, producten en diensten van de onderneming
De markt waarin de onderneming opereert
Ondernemingsstructuur (juridisch en fiscaal)
Investeringsplannen
Financieringsopzet
Financiële ratio’s
Financiële situatie (historie en prognose)

Voor zowel het schrijven van de financieringsaanvraag als de beoordeling door de financier zijn een aantal gegevens nodig, zoals:

Jaarrekeningen, waar mogelijk van de laatste drie jaar.
Investeringsbegroting, waar mogelijk onderbouwd met offertes, taxatie of waardering
Prognose van omzet en kosten voor aankomende jaren (minimaal 2-3 jaar vooruit)
Overzicht financiële verplichtingen (lening, lease, huur etc.)

Het verdient aanbeveling de financieringsaanvraag op te splitsen in een ondernemingsplan en in een financiële onderbouwing van dit plan, ook wel financieringsplan genoemd. Het is belangrijk dat de ondernemer zelf zijn ondernemingsplan uitwerkt en op papier zet. Een financier zal u namelijk altijd vragen om zelf het plan te ‘pitchen’: u dient uw idee overtuigend te presenteren en de financier inzicht te geven in dat uw idee inderdaad aan zal slaan en u dus de financiering weer kunt aflossen in de toekomst. De financiële onderbouwing en het financieringsplan kunnen vaak wel weer beter door een extern adviseur worden uitgewerkt. Deze weet vaak precies waar een financier op let en wat deze in de financiële paragraaf precies terug wil lezen.
Een ondernemingsplan is voor elk bedrijf anders, maar er zijn een aantal onderdelen die in elk ondernemersplan opgenomen moeten worden. In een ondernemingsplan legt u uit wat voor onderneming u wilt opzetten, wat uw producten en diensten zijn, hoe u deze producten/diensten gaat verkopen, wie u ziet als uw belangrijkste concurrenten, wat uw onderscheidend vermogen is, wat uw rechtsvorm is etc.
Een financieringsplan is eigenlijk een uitbreiding of financiële onderbouwing op uw ondernemingsplan. Hierin staat onder andere welke vormen van financieren u nodig hebt, hoe u die financieringen gaat inzetten en wat de prognoses en beramingen zijn van het inlossen van de verkregen financieringen. Dit is vaak ook het belangrijkste onderdeel waar financiers naar kijken en uw aanvraag op beoordelen.
Het opstellen van een ondernemingsplan en een financieringsplan is overigens niet alleen zinvol voor startende ondernemers. Ook als u gevestigd ondernemer bent, hebt u een onderbouwing nodig wat u precies met de verkregen financiering wilt gaan doen. Dit heet ook wel een groei- of investeringsplan. Ondernemers die bewust en actief met een plan en een begroting werken zijn vaak succesvoller, omdat ze gericht sturing kunnen geven aan hun bedrijf.

ZEKERHEDEN

Zekerheden zijn geld, goederen of rechten die als onderpand of waarborg worden verstrekt. Degene die geld leent of aanneemt, geeft een zekerheid aan de geldgever. Deze geldgever kan deze zekerheid opeisen als de lener niet aan zijn verplichtingen voldoet. Een pandhouder mag zich een goed niet toe-eigenen indien de schuldenaar verzuimt de op hem rustende vorderingen te voldoen, het goed mag alleen verkocht worden door middel van executoriale verkoop. Er zijn verschillende soorrten zekerheden
Meer lezen

Hypotheekrecht
De algemene opvatting dat een hypotheek een lening is, klopt niet. Een hypotheek is een beperkt en afhankelijk recht dat gevestigd wordt ten gunste van de hypotheekaanbieder op een registergoed. Een hypotheekrecht kan gevestigd worden op registergoederen zoals onroerend goed, teboekgestelde schepen of vliegtuigen, zolang het goed voor overdracht vatbaar is.
Degene die de hypotheek aanvraagt wordt verwarrend genoeg de hypotheekgever genoemd. De financier, van wie je dus in feite geld leent, wordt de hypotheeknemer genoemd. Het vestigen van een hypotheekrecht gebeurt bij een notaris door het passeren van een hypotheekakte. De notaris draagt de zorg om het hypotheekrecht in de openbare registers in te schrijven (kadaster).
De wet geeft een hypotheekhouder het recht bij openbare verkoop van het onderpand zijn vordering (als de eigenaar in gebreke blijft met aflossing van de hypotheek) bij voorrang te verhalen op de opbrengst, dus voor de (eventuele) andere schuldeisers.
De twee belangrijkste hypotheekvormen zijn de vaste hypotheek en de bankhypotheek.

Vaste hypotheek
Bij een vaste hypotheek bestaat een koppeling tussen de hoogte van de zekerheidsstelling en het nog verschuldigde bedrag. Deze koppeling daalt met het verminderen van de geldlening. Als er een verhoging plaatsvindt, moet dit gebeuren door een nieuwe hypothecaire zekerheid te vestigen. Dit houdt in dat er een nieuwe hypothecaire inschrijving bij de notaris moet plaatsvinden. Meestal worden bij een vaste hypotheek het rentepercentage en de aflossingsvorm in de hypotheekakte opgenomen.

Bankhypotheek
Bij een bankhypotheek kan de hypothecaire inschrijving zekerheid bieden aan de huidige, maar ook aan de toekomstige schulden. Deze vorm van hypotheek kan ertoe leiden dat er (nog) geen lening wordt verstrekt, maar wel zekerheid is gesteld. In de hypotheekakte moet wel een maximaal bedrag worden opgenomen waarvoor zekerheid wordt gesteld. Het bedrag waarvoor zekerheid wordt gesteld, wordt ook wel inschrijving genoemd. Een hogere inschrijving dan het bedrag dat wordt geleend zorgt voor een extra ruimte voor toekomstige leningen.

Pandrecht
Een pandrecht geeft een pandhouder een zekerheidsrecht om zich met voorrang te verhalen op vorderingen (geld) of op de roerende zaak van de pandgever (schuldenaar). Het woord ‘pand’ heeft dus niks te maken met een pand (een gebouw). Het pandrecht kan bijvoorbeeld gevestigd worden op de inventaris, machines, vervoermiddelen of debiteurenvorderingen. Een pandrecht ontstaat door vestiging daarvan. Dit kan zowel door middel van een notariële of onderhandse akte gebeuren.

Als de pandgever niet voldoet aan de verplichtingen dan kan de pandhouder gebruik maken van het pandrecht en zal de pandhouder over gaan tot verkoop van het onderliggende goed. Een pandhouder met pandrecht  kan een goed zich niet toe-eigenen. Het goed mag alleen verkocht worden door middel van een  executoriale verkoop.  Een pandhouder krijgt alleen pandrecht als alle formaliteiten in acht zijn genomen en er al geen pandrecht zit op de desbetreffende roerende zaken of vorderingen. Het pandrecht kan betrekking hebben op roerende zaken of vorderingen. Het pandrecht op roerende zaken heet het vuistpandrecht. Het pandrecht op vorderingen heet het stilpandrecht.

Vuistpand
Bij vuistpand wordt een zaak overgedragen aan een pandhouder of een derde. Vuistpand is een pandrecht waarbij het te verpanden goed of recht ‘in de macht van de pandhouder of van een derde’ komt. Dat wil dus zeggen dat het verpande goed wordt overgedragen aan de pandhouder. Die heeft het dus tijdens de periode dat hij pandhouder is, in zijn bezit.
Vuistpand kan rechtsgeldig gevestigd worden als er een pandovereenkomst is en het pand uit de macht van de pandgever wordt gebracht. De pandhouder moet de goederen opslaan en mag ze niet gebruiken.

Stil pand
Bij stil pandrecht wordt het verpande goed niet overgedragen aan de pandhouder, maar er wordt een authentieke akte opgemaakt (bij de notaris) dat er een stil pandrecht is gevestigd op het goed. Ook kan dit worden overeengekomen in een onderhandse akte (tussen de partijen), zolang die onderhandse akte wordt geregistreerd (bij een notaris of bij de belastingdienst).
Wanneer de pandhouder bij bezitloos pand goede grond heeft om te vrezen dat de verplichtingen niet zullen worden nagekomen of wanneer er al is tekortgeschoten in het nakomen van de verplichtingen, kan hij vorderen dat de zaak of het toonderpapier in zijn bezit of in het bezit van een derde wordt gebracht. Het stil pandrecht transformeert dan in vuistpand. Bezitloos pand is een minder sterk pandrecht voor de pandhouder dan dat vuistpand dat is. Bij bezitloos pand zal hij de pandgever nog moeten overtuigen om de zaak af te geven, iets dat wellicht uiteindelijk via de rechter moet worden afgedwongen. Bij vuistpand is dit niet nodig: daar heeft de pandhouder de zaak reeds feitelijk in zijn bezit.