Wat is het verschil tussen een hypothecaire lening en een hypotheek?

In het algemeen spraakgebruik worden beide begrippen vaak door elkaar gebruikt. Wanneer men een onroerende zaak wil aankopen, zoals een bedrijfspand of een woonhuis en de financiering hiervan ter sprake komt, spreekt men over het algemeen van het hebben van een hypotheek. Wanneer we echter de exacte betekenis van het woord hypotheek nader bestuderen dan zien we dat er iets geks aan de hand is met de betekenis en het gebruik van de terminologie.

Feitelijk is er sprake van een recht van hypotheek. Dit is een zakelijk recht wat rust op een registergoed. Wanneer er sprake van een recht van hypotheek is, mag de vordering met voorrang op het registergoed verhaald worden. De hypotheekhouder kan dus met dit recht van hypotheek zich op het onderpand verhalen, indien de ontvanger van een financiering onverhoopt niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. De geldverstrekker kan dan het bedrijfspand of de woning zonder tussenkomst van de rechter op een executieveiling verkopen.

Het hebben van een hypotheek is dus eigenlijk geen juiste beschrijving. Men heeft een hypothecaire geldlening van een geldverstrekker. De geldverstrekker heeft op haar beurt een recht van hypotheek. Een hypotheek is dus geen geldbedrag maar een recht voor de financier.

Een hypothecaire lening is een geldlening met vaak een langere looptijd voor de aankoop van een onroerende zaak met ditzelfde onroerend goed als onderpand (bijvoorbeeld een huis, een kantoorpand, een fabriek).

Ondanks dat een iemand in het normale spraakgebruik ‘een hypotheek neemt’ als hij naar de geldverstrekker (vaak de bank) gaat om geld te lenen, klopt dat niet. Ook de term ‘hypotheekverstrekker’ wanneer de geldverstrekker bedoeld wordt is onjuist. Het is namelijk precies andersom. Iemand neemt een hypothecaire lening van een geldverstrekker en geeft een hypotheek (of hypotheekrecht) aan de geldverstrekker. De lener (een bedrijf of een particulier) is dus hypotheekgever, terwijl de uitlener (vaak de bank) hypotheeknemer (soms ook hypotheekhouder genoemd) is, hij neemt de hypotheek aan.

Een hypotheekrecht kan niet op elk goed worden afgesloten. Volgens de wet kan dit enkel op registergoederen. Dat zijn goederen die onder andere door ze te verkrijgen (te kopen) moeten worden ingeschreven in de openbare registers. Een bedrijfspand of een woonhuis (en de grond) kan daarvan een voorbeeld zijn, net als schepen en vliegtuigen. Een auto is géén registergoed, het inschrijven in het kentekenregister is verplicht, maar is geen vereiste om de auto daadwerkelijk te verkrijgen.

Omdat bij een recht van hypotheek sprake is van een juridische afspraak dient deze vastgelegd te worden. Deze vastlegging wordt gedaan door een notaris. Deze notaris maakt in het hypotheekproces een tweetal akten op; de akte van levering en de hypotheekakte. Bij de akte van levering wordt de koper eigenaar van het bedrijfspand of de woning. De hypotheekakte regelt de vestiging van het zekerheidsrecht op het onderpand, het bedrijfspand of de woning, ten behoeve van de geldverstrekker.